Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mulder steeds een warm voorstander geweest. Kort na de aanvaarding van zijn Hoogleeraarsambt, schrijvende over de „Apothekersstand" in zijne ,Bijdragen tot de Geneeskundige Staatsregeling 1842 —1845," zegt hij o. m.:

,,Aan hem, die meent dat de Pharmacie niet behoort tot de vakken van Hooger onderwijs, antwoorden wij, dat hij met den tegenwoordigen stand van die wetenschap niet bekend is.

„Tot nu toe ontvingen de Apothekers óf geen, óf geen goed onderwijs en het is daarom natuurlijk, dat er omtrent geen kundige pharmaceuten in ons land gevonden worden.

„Een kundig pharmaceut is scheikundige in den ruimsten zin des woords en verdient daarom juist zooveel achting als deze groote, onoverzienbare wetenschap thans afeischt van hen, die haar van nabij kennen.

„Kan men het nu met minder doen? zeker, men kan ook wel den geneesheer thuis laten en sterven zijn natuurlijken dood. Maar vraagt men een kundig geneesheer bij zieken, dan kan men het niet met minder doen dan met een kundigen en eerlijken pharmaceut."

„Waar kan men alleen tot dien trap van beschaving opklimmen, die gevorderd wordt, om dien stand eere en geen schande aan te doen?

„Wij komen dus altijd daarop terug: Pharmacie behoort tot Hooger onderwijs; aan dezelfde scholen, waar de Geneeskundige opgeleid wordt, moet ook het onderwijs voor de Pharmaceuten gebragt worden."

Ik wil het nu voor het oogenblik daarlaten, dat hier de betoogtrant van Mulder voor mij meer imponeerend dan wel logisch is, en het niet daaraan toeschrijven, dat het nog ongeveer twintig jaren geduurd heeft alvorens de Hooge

Sluiten