Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien men zoo algemeen mogelijk de vraag stelt hoe het loon geregeld wordt van de individuen die in onze Gemeenschap arbeid verrichten ten dienste van anderen, dan ziet men dat de loonstandaard in beginsel wordt geregeld door de ruilwaarde van de producten van den arbeid en dat dus, bij gelijke individuëele bekwaamheid, het loon zich ongeveer zal regelen naar den tijd, die aan den arbeid besteed is. Het is duidelijk dat deze maatstaf alleen gebruikt kan worden, wanneer die arbeid een of ander materieel product te voorschijn brengt, maar wanneer geestelijke arbeid beloond moet worden, dan wordt die stoffelijke maatstaf onbruikbaar en wordt het loon öf door onderlinge afspraak geregeld óf hangt geheel af van den willekeur van den arbeider, voornamelijk wanneer die het monopolie heeft of meent te bezitten van een bepaalde geestelijke arbeidsprestatie. Ieder kent voorbeelden van vermaarde geneeskundigen, die zich voor een enkel consult enorme sommen laten betalen en waartegen ook bij oppositie van den patiënt, de arm van den rechter machteloos is gebleken te zijn. Zulke ambten, waarbij de honoreering van geestelijken arbeid bepaald moet worden, komen in aanmerking voor een uniforme reglementeering, d. i. dus voor Staatregeling. En wanneer men dan aanneemt dat in de toebereiding van geneesmiddelen ook een zekere mate van intellectueele arbeid verscholen zit, dan is ook in dat opzicht het bedrijf van den apotheker voor monopoliseering door den Staat aangewezen, en dat nog des te meer dan het vak van den geneeskundige, omdat het publiek juist door de levering van een materieel product (het geneesmiddel) door den apotheker in de waan gebracht wordt dat hier alleen stoffelijke-arbeids-prestatie zou hebben plaats gevonden.

Sluiten