Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hooggeachte ambtgenooten in de faculteit der Wis- en Natuurkunde! Met schroom treed ik Uw kring binnen, waar ik zoovelen aantref, die behooren tot de uitverkorenen der wetenschap. Het is voorwaar geen lichte taak, mij het recht, Uw collega genoemd te worden, waardig te maken. De talrijke blijken van welwillendheid , die ik van velen Uwer reeds mocht ondervinden , geven mij hoop dat gij mij het gewicht daarvan minder zwaar zult doen schijnen, en dat ik van U, niet alleen indirect door Uw voorbeeld, maar ook direct door Uwen omgang en vriendschap, nog veel zal mogen leeren.

Nu helaas eene lichte ongesteldheid Prof. van DE SaNDE BakHUYZEN , mijn hooggeschatten voorganger in dit ambt, verhindert hier aanwezig te zijn, kan ik toch niet nalaten hem mijnen eerbiedigen groet te brengen. Het is vooral door zijne onvermoeide werkzaamheid gedurende de 36 jaren van zijn hoogleeraarschap, dat de Leidsche universiteit en de Leidsche sterrenwacht een belangrijk aandeel hebben gehad aan de buitengewone ontwikkeling der sterrenkunde. Waar ik nu een deel van de taak, die tengevolge van diezelfde ontwikkeling thans zooveel omvangrijker is , dan toen hij zelf haar aanvaardde, van hem overneem, hoop ik nog lang in de gelegenheid te zijn tot hem te komen om raad en hulp, en ik weet dat ik geen van beide bij hem tevergeefs zal zoeken. Door de wet gedwongen, doet hij afstand van zijn ambt, maar zijn wetenschappelijk werk 'legt hij niet neer. Ik spreek niet alleen uit mijn eigen naam, wanneer ik hem toewensch dat hij nog lang de kracht moge hebben het voort te zetten.

Sluiten