Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben alzoo gezien dat het schoone beginsel" van algemeene toelaatbaarheid van liet getuigenbewijs in de toepassing maar zeer weinig tot zijn recht is gekomen. Aan den eenen kant uitsluiting van het geheele bewijsmiddel in talrijke gevallen, aan den anderen kant uitsluiting van tal van personen van de bevoegdheid 0111 als getuigen te worden gehoord. I)e wetgever heeft zich telkens, gelijk de Memorie van Toelichting het uitdrukt, daten leiden door een overdreven vrees, dat de rechter, aan zich zeiven overgelaten, geloof zou hechten aan de mededeelingen van onbetrouwbare personen. Het is, alsof hij, na in de artt. 1933 en 1934 gezorgd te hebben, dat getuigenbewijs zoo weinig mogelijk zou voorkomen, er »thans" (nl. in art. 1950) »zijn werk van maakt om in de gevallen. waarin het toegelaten is, zoo weinig mogelijk per-

»sonen te doen hooren."

Met al die uitsluitingen en beperkingen wordt in het aanhangig wetsontwerp gebroken. In alle zaken zonder onderscheid zal, wordt het ontwerp wet, het bewijs door getuigen kunnen worden geleverd; alle personen zonder onderscheid zullen als getuigen kunnen worden gehoord. En dit schijnt mij een zoo groote verbetering van ons bewijsrecht toe, dat wij, al had het ontwerp geene andere verdienste — wat ik in de verte niet beweer, maar waarover ik thans niet kan uitweiden op dezen grond alleen den wensch mogen uitspreken, dat het zoo spoedig mogelijk de goedkeuring der Volksvertegenwoordiging en de Koninklijke sanctie moge verwerven.

Sluiten