Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

een oude bezitting van het grafelijk huis, liet zuidelijke was wel vroeg begeerd, maar eerst laat verworven door de graven. Terwijl de landsheerlijke macht beooster Schelde zich geleidelijk ontwikkeld moet hebben en daar wel ten deele gesteund zal hebben op het grafelijke grootgrondbezit'), zijn de eilanden bewester Schelde door strijd aan hunne Ilollandsche meesters gekomen. Deze laatste streken waren reeds vroeg bevolkt en toen de heerschappij van de graven zich hier vestigde, moet er weinig onbeheerde grond geweest zijn, die zij als hun domein boschouwen konden 2).

. De gebouwen, welke op grafelijken grond staan, geven reeds eene aanwijzing, dat deze lag in het centrum der oorspronkelijke stad. Behalve dat zich hier in Delft en Muiden (Gouda) het marktveld bevond3), treffen wij er in de eerste plaats nog aan de beide i wollen- en linnen-) wanthuizen, in Leiden het wolhuis, in Zierikzee wanthuis en vleeschhuis, in Haarlem de Halle (lakenhal) ) en in Dordrecht het vleeschhuis 5).

Is het toeval, dat de heer van de stad gewoonlijk in de gelegenheid was om den eersten bewoners daarvan een groot deel van het benoodigde bouwterrein te verschaffen? Zoo had Floris V bv. in eenige van de oudste en voornaamste steden van zijn graafschap, in Dordrecht, Delft en Leiden, hoeven liggen 6) en men kan niet veel inbrengen tegen eene zienswijze, die daarin slechts zou willen zien deelen van het grafelijk landbezit, die nu eenmaal daar lagen, maar even goed zich ergens anders op het platteland hadden kunnen bevinden. De naam hoeven doet denken aan eene bestemming voor landbouwdoeleinden en men zou hunne aanwezigheid dus zeer wel / kunnen beschouwen als vreemd aan eenig oogmerk van den stadsheer om de opkomst dier steden te bevorderen. Het ontstaan van de genoemde steden ligt geheel in het duister, zooals van de andere. Doch van een heel enkele kunnen wij de wording nagaan en daar zien wij den stadsheer opzettelijk stadsbodem aan zich brengen ).

1) Blok, Geschied, v. h. Nederl. Volk I (1892), blz. 129, 264 vlg.

2) Ib., blz. 301.

3) ln sommige steden had zich de markt bij de kerk ontwikkeld. In Middelburg diende nog in 1295 het kerkhof van Westmunster als markt (Van den Bergh. II, 904). In het „oppidulum, quod Alcmar dieitur" (Annales Egmund, W. van Hist, Gen. N. S. I. p. 64), vinden de Friezen in 1132 of 33 slechts «ecclesiam Alkmare ot totum forum" te verbranden (Ib., p. 34). Tot in de zestiende eeuw lag de markt hier bij de parochiekerk.

4) Hamaker, Bek. van Holl. II, blz. 228.

5) „Et omne jus, quod nos contingebat in domo macelli et in fundo, in quo domus sita existit, dictis scabinia et opidanis duxmus conferendum et in propriis usibus applicare." (Floris V aan Dordrecht), Yan den Bergh, II, 519 (1284).

6) Begister van Graaf Florens, ed. Muller, blz. 138. Ook Soije wordt hier genoemd, maar de hoeve te Sohiedam was later door graaf Floris V van zijne tante Aleydis verworven.

7) Over dergelijke gevallen in Duitsche steden: Gengler, Deutsohe Stadtrechtsaltertliüiner, 1882, S. 362.

Sluiten