Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke reden zij daarop gesteld was. Zoo kreeg Zierikzee in 1324 van Willem III alle ambacht, dat de graaf bezat in Quaelambacht en dat later aan hem terugvallen mocht; zoo liet heette „om de vrijheyt van de poorteren mede te beteren ende te voorsien '). Dat dit moest dienen om de vrijheid uit te breiden is niet wel denkbaar, en dit is dan ook niet geschied 2). De oppervlakte werd in de bederekening gesteld op 2839 gemeten (= 1410 morgen) ') en dat had de stad daarvoor niet noodig. Eenige meerdere zekerheid bestaat er omtrent de waarde van een schor, aan het ambacht grenzende, door Willem III aan de stad gegeven, voor zoover zij onbedijkt zou blijven4), en door Willem \ zonder die beperkende voorwaarden aan haar overgedragen Daarvoor moest hij evenwel onder meer de helft van de pacht houden, terwijl door Willem III de opbrengst van de beweiding .aan de stad geschonken was. Hier graasde blijkbaar het vee der burgers en eene oorkonde van 1330 bewijst, dat dit niet ongehinderd geschiedde; de graaf beval namelijk heer en gemeente van Kerkwerve om Zierikzee rustig de schor te laten gebruiken 6).

Nog minder dan bij Zierikzee omtrent de aanhechting van het Quaelambacht aan de stad, is bekend omtrent de motieven, die Nijmegen bewogen om uit de overblijfselen van het uiteengevallen stadgraafschap, het dominium van Nijmegen, het z.g. schependom aan zich te houden. Zelfs de wijze waarop is hier niet eens duidelijk; ook de grenzen ervan zijn niet altijd gelijk en precies aan te geven 7).

Vatten wij nog eens samen, wat eene stad als Dordrecht onder het krachtige bewind der graven, deels door privileges, deels door

1) Van Mieris, II, blz. 305 (1343 24). Het was hot „sestendeel" van Schouwen, waarin de stad lag.

2) Ermerins, Zeeuwsche Oudheden, blz. 150 vlgg.

3) Hamaker, Rek. der Graf. Zeel., II, blz. 76 vlgg. Het bestond uit het nieuwe en hot oude ambacht. Zij betaalden in de bode van hot gemet, niet als de stad een vaste som. Vrijgesteld van schot en bede in 1414 en 1425: Van Mieris, IV, blz. 281, 828.

4) Van Mieris: II, blz. 249.

5) Ib., II, blz. 852.

6) Ib., II, blz. 503.

7) H. D. J. v. Scheviohaven, Het Rjjk van Nijmegen, zijn dorpen en heerlijkheden in Gelre. Bijdr., 111, blz. 54 vlgg. Waarschijnlijk trad de stad in de rechten van den burggraaf, den vertegenwoordiger des keizers en, nadat Willem II stad en rijk verpand had, van den graaf van Gelre. In 1332 was de zoon van een der stadssohepenen burggraaf: Ib., blz. 40 vlgg. In 1427 nam zij van den hertog al zijne goederen in het schependom (benevens die in het Rijk en tusscheu Maas en Waal) in pand: Njjhoff, Godenkw , I\, .>3.

Sluiten