Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz.

feesten, 72. — Samenvatting: 1 sle vorm: vasten is gedwongen honger lijden, beoogt een negatief resultaat, geschiedt uit vrees, 72v. 2dp vorm: vasten is betrekkelijk vrije daad, heeft een positief doel, doch is slechts middel, 73v. 3de vorm : vasten als doel in zich zelf is vrije daad, 75 Vasten en godsdienst niet gelijkwaardig. Verschil Aanvang en ondergang van den ritus, 76v Wat zich ontwikkelt, is de drijfveer tot onthouding. Eindvorm der ontw.: vrije daad 42—77

ISRAËLIETISCHE, JOODSCHE EN OUDCHRISTELIJKE VASTEN.

Eerste Hoofdstuk. Inleidend 78—92

t; 1. Voorwoord.

Wijze van bewerking, 78. Belangrijkheid van het vastengebruik. Onvolledigheid der tot heden geleverde besprekingen van den ritus. Grenzen van ons onderzoek, 79v 78 — 80

§ 2. Dis ; w'22 nsy; et3rmologie en omschrijving.

I. Oiï; beteekenis afgeleid uit voorbeelden, 80 —82. Hoofdkarakter der handeling, 82. Nadere omschrijving. Verbindingen, enz, 83. II. '2 'y een ruimer begrip dan Dix, 83— 85 Verschillende tijd van het gebruik der woorden. Oorzaak hiervan, 85. . . 80—85

§ 3. Overzicht der getuigenissen

A. I. Het O. T., 8Hv. Vasten is tot ± 165 v. Chr. bekend, 88. II. Apocr. en Pseudepigr., 88v. De vastengewoonte tot het ontstaan van het Christendom, 89. III. Oud-Chr. letterkunde, 89v. B. Onderscheid van de genoemde en de Joodsche bronnen; Mischna, Tosefta, Meg. Taan., bab. en jer.

Gemara, 90 . 85—91

Sluiten