Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wie im Norden gewöhnlich war bei den Ojibway aber in neuerer Zeit abgekommen ist, nicht auf eine Scheu vor dem Gebiauche der hinterlassenen Gegenstfinde, als nnreiner Dinge gedeutet werden, sondern als ein Opfer das man den Todten bringt. l) Omtrent de Orang-Betweira's van Malaka citeert 'Wilken: ..I was told that the place where a Jakun died is deserted by the others and the house burnt." 2) Zoo bleef letterlijk niets gespaard van wat den doode in dit leven eens had toebehoord; zelfs de hut, de woning van den gestorvene werd vaak vernield, zooals wij gezien hebben.

Op Nieuw-Zeeland ,.begrub man Viele gleich in ihrem Hans. welches dan roth angestrichen und dem Todteii ganz überlassen blieb."3) Bij de Negers van Zuid-Afrika waagt men ,.lange Zeit oder überhaupt nicht die Hiitte eines Todten zu lietreten; sie ist sein Eigentum. und an unbefugten Eindringlingen würde er sich rachen."4) Uit de aangehaalde bewijsplaatsen. die men gemakkelijk met soortgelijke kan vermeerderen, blijkt zeer duidelijk, dat datgene, wat den doode had toebehoord, zijn eigendom bleef. Of men de bezittingen vernielde, voor een deel of in zijn geheel den afgestorvene het zijne medegaf, dan wel de vroegere woning of verblijfplaats van den doode verliet.8) de nabestaanden laten alles o\er aan de ziel van den afgestorvene, en behouden voor zich en voor eigen gebruik daarvan niets. Dit geldt — dat spreekt vanzelf — in eersten aanleg van het doodenoffer in zijn oorspronkelijken vorm, gebracht onmiddellijk na het

') Waitz, Anthr., III, S. 199.

') Animisme, blz. 97.

") W ait-z-Gerland, .Anthr, VI, S. 304.

*) W. Bonsset, Wesen der Religion, S. 47.

') „In het wezen der zaak bestaat er geen onderscheid tussehen de wijze van otteren, waarbij men hetgeen voor den afgestorvene bestemd is eenvoudig aan de vernieling prijs geeft, en liet opzettelijk vernielen of beschadigen, gelijk trouwens bij enkele stammen beide gebruiken gecombineerd voorkomen' , 6. A. Wil ken, Animisme, blz. 103.

Sluiten