is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. 1 >avid blijken geeft niet te weten, waarom men vastte na liet intreden van den dood.

Wanneer wij nu voorloopig de voorstelling aanvaarden, die ons geboden wordt, en dus van de onderstelling uitgaan, dat de berichtgever ons hier een afdruk gegeven heeft van een werkelijk plaats gehad hebbend voorval, dan treedt David hier op als hervormer van het vastengebruik, als iemand, die, zijn tijd in dezen vooruit, tot het inzicht is gekomen, dat en waarom men breken moet met de oude gewoonte om na den dood van iemand te vasten, en de onthouding slechts is aan te prijzen als verootmoediging voor .Jahwe, als middel om Jahwe's gunst te verwerven. Want David breekt inderdaad met een oud gebruik, waarvan hij de beteekenis niet meer weet. en geeft dit rasten een zin, dien het vóór dien niet had. Bovendien is in geen der gevallen, waar gevast wordt na een sterfgeval (1 Sam. 31 : 13; 2 Sam. 1 : 12; 3 : 35), een uitdrukking te vinden, die er op wijst, dat de onthouding Jahwe gold; de zin van Davids vasten daarentegen eischt dit beslist.

Zoo worden wij in de richting gedreven om de vraag te stellen, of de berichtgever ons wel objectief een gebeurd voorval heeft beschreven, dan wel of ook niet voornamelijk in het standpunt, door David ingenomen, iets van den schrijver zelf aanwezig is. Valt vooral de scherpe tegenstelling op, die aanwezig blijkt te zijn in de standpunten van David en zijne hovelingen, waarbij de zin van het vasten, zooals de dienaren dat kennen, niet bekend is aan David; slaat men acht op de strekking van 2 Sam. 12 : 15v., met of zonder bedoeling daarin neergelegd, het oude vasten na een sterfgeval voor dwaas te verklaren, terwijl aan den ritus zelf een nieuwe zin wordt ondergeschoven, dan wordt devolstrekte geloofwaardigheid der pericope twijfelachtig. Voorts kan het onze aandacht niet ontgaan, dat dezelfde David. die hier een vasten na een sterfgeval afkeurt, omdat het zonder