Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anstaltet, uni don in einer Oalamitat sich aussprechenden Zorn Jahvehs zu beseitigen. Hij veronderstelt dus, dat een ramp of onheil over de stad is gekomen en dat men daaruit besluit tot Jahwe s toorn. „Die vermeintliclie Lasterung soll dem Volke als Ursache der Calamitat gelten und durch die Bestrafung des Schuldigen der Zorn Gottes beseitigt werden." *) Niet gelijk, maar nauw verwant is de opvatting van o. a. Guérinot, die meent, dat de onthouding dient ,,pour détourner sa colère 2). Vormt voor Stade de rechtszitting met de veroordeeling van Naboth een wezenlijk bestanddeel van de bevrediging van Jahwe, Guérinot laat het vasten op zich zelf reeds voldoende zijn om Jahwe's toorn te bezweren. I e Leidsche Vert. O. T. schijnt een eenigszins andere opvatting voor te staan. ,,Eene algemeene en openbare verootmoediging voor Jahwe, ter gelegenheid waarvan ieder verplicht was in de volksvergadering het kwaad van zijn naaste aan te brengen, dat nog onbekend, althans ongestraft gebleven was, waardoor de goddelijke toorn kon rusten op stad of land." 3) Daar verwezen wordt naar 1 Sam. 7 : 6 en niet, gelijk bij Stade, van de onderstelling wordt uitgegaan, dat de goddelijke toorn op stad of land rustte, schijnt de bedoeling te zijn, dat in het onderhavige geval sprake is van een zonder aanleiding afgekondigde boetedag, een soort verzoendag, op willekeurige tijden gehouden. Kittel eindelijk vindt, dat de beteekenis van het vasten „nicht klar" is.

Nu is de opvatting (Stade en Guérinot), dat het vasten geschiedt, omdat een ramp de landstreek getroffen heeft, met niets te rechtvaardigen. Met 2 Sam. 21 : 3 mag hier niet geargumenteerd worden. Had men gelijk, dan moest bij Achab het verlangen, den wijngaard van Naboth te bezitten, op het-

'l B Stade, Gesch. d. V. Israël, 1, S. 527 Anm.

a) A. Guérinot, Le culte des morts cliez les Hebreux, Journal Asiatitique, 1904 p. 441—485; p. 465.

') Aanteekening, t. p. *) In de Comm. v. N o w a c k.

Sluiten