Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N, Syr. V.L. y/,<7Teix, wat ook beter is. èv èxrevelif,: „met inspanning, met aandrang," is overgenomen uit liet voorafgaand zinsdeel. 1). txttsii/cvv r. \p. èv vwrety = Hebr. njy D1Ï3 C?s:, vg. I's. 35 : 13.

En de lieer gaf acht op hun roepen. ,,En het volk, in geheel Judea en Jerusalem, vastte verscheiden dagen voor het aangezicht van den Heer der lieirscharen", vs. 13.

Over de beteekenis van het vasten hier, behoeft niet te worden uitgewijd. Het is volkomen analoog met de onthouding in 1 Macc. 3 : 47; 2 Macc. 13 : 12 e. a.

Van Judith wordt verhaald, dat zij al de dagen van haar weduwschap vastte, uitgezonderd op sabbath, nieuwemaan, den dag aan deze beide voorafgaande, op de feesten en vreugdedagen van 'thuis Israël (Judith 8:6). Zij woonde gedurende haar vastdagen (10 : 2) in een tent op het dak van haar huis, ging sinds het overlijden van haar man, nu reeds 3 jaren en 1 maanden, in weduwendracht en droeg een rouwkleed om haar lenden, 8:4, 5.

Zou men op den eersten indruk geneigd zijn de oorzaak van deze hare leefwijze te zoeken in den dood van haar man en dus het vasten, enz. te beschouwen als teekenen van rouw, bij nader inzien moet deze opvatting wijken voor een andere. Het is uit godsdienstige overwegingen, dat Judith dit meer dan ingetogen leven leidt. Immers zoo heet het: ,,zij vreesde God ten zeerste," vs. 8. Deze vrouw is een ideaal van latere Joodsche vroomheid. Er is eenige gelijkenis met de vroomheid van ps. 35, 6!) en 109 te bespeuren. En voor deze psalmisten èn voor Judith heeft veelvuldig vasten bizondere waarde. Voor beiden bestaat het ideaal van vroomheid in getrouwe naleving van de geboden en verboden der Wet niet alleen, maar ook in een soort wereldverzaking. Beider leefwijze draagt een ascetisch karakter. In verband hiermede

') vg. Hand. 26 : 7 ; Luc. 2 : 37.

Sluiten