Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op den Tden dag." Doch liier wordt de Paaschweek bedoeld, en dat vyrrsiitiv tov jcoVjCtcv betrekking zou hebben op de 6 dagen öf van de Paaschweek óf van de week in 't algemeen, is al zeer onwaarschijnlijk. Daar .Jezus het houden van den sabbath niet kan hebben aanbevolen, blijft er niet anders over dan de uitdrukking niet in letterlijken, maar in figuurlijken zin te nemen. Hoewel van <?. r n. geen parallel schijnt te bestaan, komt toch Txj3i3xTi7ftóc in overdrachtelijke beteekenis voor in Hebr. 4 : 9: .,Zoo blijft er dan een sabbathsrust over voor het volk van God." Ook de Joden dachten zich het eeuwige leven als een rusten naar het voorbeeld van den sabbath: ^njrt rot?' of nat? 1^13» 0V- Justinus M. spreekt van den eeuwigen sabbath der nieuwe wet, Dial. H. 12. Ongetwijfeld beteekent i. r. t. dus ook iets dergelijks.

Nu bet vrij zeker is, dat de laatste uitdrukking in overdrachtelijken zin moet worden verstaan, kan vy^rsveiv rbv x.ót//,ov moeilijk meer naar de letter worden genomen. De ace. in pl. v. de gen. staat wellicht naar analogie van to vxfipXTOv. De uitdrukking beteekent zonder twijfel: „zich van de wereld onthouden", evenals die met den 2den nv. bij Cl. Alexandrinus. Deze zegt: ai pb euvoi/%i<rxvTsi; exurous x7tq TrxVVii XfAXpTIXS tv,'j j3xTl/.sixy tccv 0'jpxvül/ //.xxxpioi

cjToi iitrtv si toïi jcflV.cwj vyTTevovrei;, Strom. lil : 16 : 99. „Vasten beteekent in 't algemeen onthouding van alle kwaad," Strom. VI : 12 : 102. „Vasten is letterlijk onthouding van voedsel, maar in mystieken zin wil het zeggen, dat wij ons van de wereldsche dingen hebben te onthouden, opdat wij der wereld afsterven en

Gode leven," Ecl. Propli. 14. De gedachte van het afsterven aan de wereld is overbekend uit de Johanneïsche litt., vg. Gal. 6 : 14. Het gewenschte geestelijk leven staat in tegenstelling met, en wordt daarom bevorderd door afsterving aan het natuurlijk en zinnelijk leven. In „de wereld vasten" heeft het w.w. zijn oude engere beteekenis van onthouding

Sluiten