Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. 3 Tischri, io Tebeth. 17 Tammuz en 9 Ab.

Over fle eerstvolgende twee vastendagen zijn ons uit de bronnen, die vallen binnen liet tijdperk, waarover ons onderzoek zich uitstrekt, geen berichten bekend. Wij dienen er evenwel melding van te maken, omdat 3 Tischri en 10 Tebeth o. a. bedoeld schijnen met de vastendagen genoemd in Zacli. 7 en 8.

De 3de 1 ischri dan heet de gedenkdag van den moord op Gedalja (rvfnj C1X), d. w. z. eerst de .Ier. Gemara stelt op dien dag dit feit, want Jer. 41 : 2, waar het gebeurde wordt verhaald, spreekt wel van de 7de maand, maar noemt geen datum. Maar het is niet denkbaar, dat de Jer. Gemara hier een betrouwbare overlevering volgt, omdat de datum, waarop Gedalja werd gedood, nergens stond opgeteekend en, wat meer zegt, omdat een tijdsafstand van + 10 eeuwen ligt tusschen het feit en de Gemara, die er melding van maakt.

Daarentegen schijnt deze vastendag in verband te staan met den verzoendag. De Hoogepriester bereidt zich op den laatste gedurende 7 dagen d. i. van 3 Tischri af voor, Joma 1.1, 1. J. Kipp. 1 : 2 ■*). l)e Schulchan Aruch weet mede te deelen 3), dat bij uitstek vrome lieden zelfs 10 dagen vóór den verzoendag vasten, naiü'n 'O' muy, want de dagen tussclien nieuwjaar en verzoendag worden voor boetedoening gebruikt. De sabbatli tusschen beide dagen heet

') Op Taan. 4:6: „R. Simon b. Jochai (leerling van Akiba) heeft

geleerd naar aanleiding van Zach. 8 : 19; „ het vasten van de 7de

maand is dat van den 3den Tischri, gedenkdag van den moord van Gedalja b. Ahikam, enz ", vg. blz. 288.

2) T. J. Kipp. 1 : 1 meent R Jehuda b. Bethëra, dat de Hoogepriester gedurende 7 dagen afgezonderd wordt uit vrees, dat hij anders zieh zou kunnen verontreinigen aan zijne vrouw.

3) Ph. Leder er, Schulchan Aruch in deutscher Uebersetzung, I Orach ehajim, Frankfurt 1897 S. 69v.

Sluiten