Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdkerk. Algemeene suspensie der kloosterlingen was het onmiddellijk gevolg dezer aanklacht. De aangeklaagde partij appelleerde echter terstond op Rome, en nog in hetzelfde jaar werd de straf opgeheven en de kwestie in der minne geschikt.

Tegenover den magistraat was de verhouding welwillend, maar in 't begin dor 16de eeuw, bij het nijpend gebrek door oorlog en misgewas veroorzaakt, achtte de stad zich gerechtigd accijnsen te vorderen van de geestelijken. Dit was in strijd met hun recht van exemptie. Ook de Dominicanen hielden voet bij stuk. en weigerden hardnekkig. Toen brak in 1525 een volksoproer uit; de religieusen moesten voor het ruw geweld buigen, maar appelleerden bij den Hove van Brabant. Na een strenge tuchtiging der stad, trok de magistraat zijne vordering in.

Om in 't vervolg sterker te staan tegenover alle aanmatiging, van welke zijde ook, sloten de Brabantsche Dominicanenkloosters van Leuven, Antwerpen, Brussel, 's Hertogenbosch en Maastricht in 1531 een verdrag om gezamenlijk hunne belangen te verdedigen en uit een gemeenschappelijk fonds de kosten deiprocedures te bestrijden. Deze overeenkomst had niet het gewenschte gevolg, want de magistraat besloot in 1554 den tienden penning te heffen van alle kerkelijke goederen. Deze maatregel, bedacht om de krijgstoerustingen van Karei V te bekostigen, werd ook elders genomen en door de Staten en de Gouvernante gesteund. Een algemeene vergadering van den Clerus te Leuven in 1555 vermocht dezen slag niet keeren.

Het is begrijpelijk, dat het klooster deelde in het wel en wee der burgerij, vooral tijdens de godsdiensttroebelen, waaraan Den Bosch ter prooi is geweest De bestorming van het klooster, het wandalisme der ontzinde benden, de uitdrijving der religieusen, worden ons omstandig door een ooggetuige, den Prior zeiven, verhaald. Wij vernemen uitvoerig, welk eene verwoesting daar werd aangericht; hoe daar werd geroofd, geplunderd en verwoest; hoe, van den kelder tot het dak, niets werd gespaard.

De kloostergemeente was uiteengejaagd en over de naburige

Sluiten