Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde macht over Ruinen toegekend als over 't overig deel van Drente.

Uit het boven medegedeelde blijkt, dat wij in de eerste plaats hebben te onderscheiden tusschen het archief van den heer van Ruinen en dat van het landrecht. Dit laatste zal, evenals 't eerste, hebben berust op 't huis te Ruinen en beheerd zijn geworden door den gerichtschrijver der heerlijkheid, die ook de administratie schijnt te hebben gevoerd.

Omstreeks 1704, toen de markies van Hoensbroek de heerlijkheid kocht, schijnt een inventaris te zijn opgemaakt van het archief. Althans van de hand van den toenmaligen secretaris der heerlijkheid') zijn nummers met eene korte omschrijving van den inhoud te vinden op den rug van vele stukken Een inventaris is echter niet tot ons gekomen.

Toon 't landschap in de tweede helft der 18de eeuw de heerlijkheid kocht, is ook 't archief overgenomen Men behandelde het echter met zeer weinig zorg. Zoo moest de provinciale archivaris in 1884 en 1885 de stukken „uit diverse hoeken" bijeenzoeken om het heerlijkheidsarchief te reconstrueeren 2).

Waarschijnlijk zijn in die eeuw van verwaarloozing vele stukken verloren gegaan Immers een feit is het, dat in 1877 het provinciaal museum van oudheden in Drente van de erven van Mr. W. H. Hofstede, griffier der Staten van Drente, behalve andere handschriften, bij koop ontving „een oud handschrift3), „houdende vermelding van diverse aan den heer van Ruinen „verschuldigde pachten, met opgaaf van de namen der pacht„schuldigen"4). Een feit is het ook, dat in 1904 het genoemde museum van den heer C. H. A. A. Engelenberg, oud-gedeputeerde van Overijsel en afstammeling van den Drentschen assessor

*) Vergelijk Inv. N°. 61.

s) Inventaris-Magnin fol. 22a en Jaarverslagen van den rijksarchivaris in Drente over 1884 en 1885, in Verslagen omtrent 's rijks onde archieven VII bladz. 74 en VIII bladz. 73.

8) En wel uit de 14de eeuw.

4) Verslag van de Commissie van bestuur van het museum van oudheden in Drente aan de Gedeputeerde Staten, over 1877; Assen 1878, bladz. 15 onder N°. 26.

Sluiten