Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de gevolmachtigden van het uit eenige marken bestaand kerspel, in sommige zaken bijgestaan door den sohulte.

De schuiten werden oudtijds benoemd door de landsheeren, dus in Drente door de bisschoppen van Utrecht, later door Karel van Gelder Sedert het optreden van stadhouders stelden dezen, met de overige ambtenaren, ook de schuiten aan. Niet altijd geschiedde dit evenwel zonder verzet van Ridderschap en Eigenerfden, die gaarne deze macht aan zich hadden getrokken.

Bij zijne verrichtingen, werd de schulte veelal bijgestaan door 2 keurnooten of buren, terwijl in enkele gevallen bovendien wordt medegewerkt aan de rechtshandeling door een drietal „seeckeren", vonniswijzers. In de keuze der keurnooten of buren zal de schulte eenigszins beperkt zijn geweest; althans bij overdracht van vast goed moesten zij genomen worden uit de geerfden in de marke, waarin dat goed gelegen was.

De archieven der schuitengerechten bevatten dus het verhandelde bij den schulte met zijne medewerkers of wel bij den schulte alleen. Wat de crimineele zaken betreft, deed de schulte onderzoek naar begane misdrijven, ook voor zoover zij niet door de buren op de goorspraken waren aangebracht. Hij deed degenen, die hun lijf verbeurd hadden, vatten en leverde hen over aan den drost '). In civiele zaken van weinig belang sprak de schulte, met zijne bijzitters, recht, behoudens hooger beroep op den etstoel, wanneer 't onderwerp van 't geschil niet al te onbelangrijk was. Bepaaldelijk trad hij op bij aan- en uitpanding wegens schulden, in lateren tijd wel bij uitsluiting 't verhandelde bij „de lage bank" genoemd.

Een zeer belangrijk deel van 's schuiten tijd werd daarenboven in beslag genomen door zijne werkzaamheden met betrekking tot de vrijwillige rechtspraak.

In de hierachter beschreven archieven vinden wij den terugslag van de opgenoemde plichten. Aanwezig zijn stukken betreffende de administratieve werkzaamheden van den schulte; stukken betreffende zijne medewerking aan de regeling der

') Aan drost en geconvoceerde etten was de berechting der crimineele zaken opgedragen.

Sluiten