Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAUL EN VIRG1NIE.

Aan de oostzijde van den berg, die zich achter Port-Louis op He de France verheft, vindt men nu nog op een eertijds bebouwd stuk land twee eenvoudige hutjes. Zij liggen tusschen hooge rotsen in een dal, dat slechts één ingang heeft naar het noorden. Links verheft zich een berg, Moine de la Dccouverte genaamd, vanwaar de schepen geseind worden en aan den voet van dien berg ligt de stad Port-Louis. Rechts loopt de weg die van Port-Louis naar de buitenwijken van Pamplemousses leidt; verderop ziet men de kerk van Pamplemousses, meer in de vlakte en omringd door bamboclanen en daarachter strekt het woud zich uit over het geheele eiland. Recht voor zich heeft men aan den oever der zee de baai du Tombeau, een weinig meer naar rechts

kaap Malheureux en aan genen kant strekt de wijde zee zich uit. Zich nauwelijks uit het water verheffend, ontdekt men hier en daar een onbewoond eilandje, onder welke Coin de Mire, dat ons onwillekeurig aan eene kleine vesting doet denken midden in de golven.

Aan den ingang van dit dal brengt de echo der bergen ons herhaaldelijk het gehuil van den wind in de hooge boomen en het gebulder der golven, die op de riffen breken, maar bij de hutten zelf is alles stil en ernstig en ziet men nog slechts de hooge rotsen, als muren zoo stijl. Aan den voet van den berg, in de spleten en zelfs tot op de hoogste toppen, die zich in de wolken schijnen te verliezen, groeien weelderige bosschen. In den regentijd hebben deze begroeide

Sluiten