Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen. De voorsteven was naar de open

zee gekeerd en werd bij elke nieuwe gon als uit het water omhoog geheven zoodat de kiel van het schip zichtbaar werd; de achtersteven echter verdween in de golven alsof het voor immer onder die bergen van water bedolven zou worden. In dezen schrikkelijken toestand was het evenzeer onmogelijk om weer in volle zee terug te keeren als om de kabels door te snijden, het schip op strand te zetten. Iedere golf die de rotsen kwam beuken, drong tot diep in de baai door en rolde met onweerstaanbare kracht de zwaarste steenen heen en weder. Door den wind als het ware voortgezwiept, scheen de zee bij de minuut woester te worden; zij leek op eene groote vlakte van schuim, doorploegd met donkere golven. Het schuim stapelde zich in de baai op tot bergen van meer dan zes voet hoogte en de wind verspreidde het verder over een groot gedeelte van het eiland als even zoovele vlokjes sneeuw. Er verschenen steeds donkerder wolken aan den hemel, die met de snelheid van een vogel het zwerk doorkruisten, terw ijl daarentegen anderen onbeweeglijk bleven als groote zwarte rotsen. Geen lichtpuntje was er aan den hemel te ontdekken, hemel, aarde en zee werden door een vaal licht beschenen.

Er gebeurde, wat men reeds lang vreesde; door het hevige slingeren van het schip braken twee kabels en daar het nu nog slechts door een enkelen werd vastgehouden, werd het op ongeveer honderd meter afstand van den wal op de rotsen geslingerd. Eén lange angstkreet weerklonk. Paul wilde zich in zee werpen doch ik hield hem terug. „V( ilt gij omkomen?" vroeg ik hem. „Ik wil haar redden of sterven," riep hij. Daar de wanhoop hem waanzinnig maakte, bonden Domingo en ik hem een touw om het middel en hielden het uiteinde er van

vast en Paul trachtte zoo de „Saint-Geran te naderen, nu eens zwemmend, dan weder op de riffen voortkruipend. Er waren oogenblikken dat hij bijna zijn doel bereikt had, want de zee liet bij wijlen het schip bijna volkomen op het droge, doch daar scheen zij zich plotseling met vernieuwde woede weder op haar prooi te werpen. Zij bedolf het schip onder hare watermassa's en slingerde den ongelukkigen Paul op het strand terug, die dan als levenloos bleef liggen, bebloed, gekneusd en half verdronken. Nauwelijks echter kwam hij bij of hij stond weder op en ondernam opnieuw zijnen waaghalzigen tocht.

Het scheepsvolk, ziende dat er geen

redding meermogelijk was, wierp zich door de wanhoop gedreven in zee; deze greep eene plank, geneeeneton,anderen weer trachtten zich aan leege kippenhokken en geitenstallen

vast te klampen. Wat men nu zag zal een ieder die ergetuige van geweest is, zeker nooit vergeten. Op de gaanderij van den achterstevenverscheen een jong meisje, dat de armen strekte naar hem, die zul¬

ke wanhopige pogingen

Hij zwaaide met den brief.

Sluiten