Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewoon groot vetgehalte der faeces, macroscopisch reeds herkenbaar, doordien bij rustig staan zich aan de oppervlakte der faeces een glimmend vlies van vet vormt, aantoonbaar doordien filtreerpapier met dit vlies in aanraking gebracht, vetvlekken vertoont.

Bij schrik, onderzoek bleek ook, dat het ether-extract der faeces belangrijk meer (41-67 %) vet bevat dan normaal (4—25 % vet).

Overigens kan kleur en consistentie der faeces normaal zijn; in het meerendeel der gevallen echter zijn de faeces grijswit en zeer stinkend, öf groen en slijmerig. De diarrhee gaat gepaard met belangrijke emaciatie. Kenmerkelyk zoude ook zijn dat verbetering alleen intreedt door toediening van vetarm (kindermeelï of vetvrij (eiwitwater enz.) voedsel.

De ziekte zoude een primaire zijn en dan meestal aangeboren (alsdan wordt reeds van geboorte af aan geen melk, zelfs geen vrouwenmelk verdragen) of wel secundair als gevolg van bestaande darmaandoening.

In de latere tijden is intusschen gebleken, dat eene belangrijke vermeerdering van het vetgehalte der faeces bij elko acute en chron. dyspepsie voorkomt en is dan ook vrij algemeen het bestaan eener zelfstandige „vetdiarrhee" in twijfel getrokken.

Indien men de als „vetdiarrhee" beschreven gevallen analyseert, dan blijkt, dat bij meerdere genezing is vevkregen door de voeding aan eene min. Deze gevallen zijn m. i. blijkbaar in tegenspraak met de opvatting omtrent het wezen der vetdiarrhee en waarbij een onvermogen om vet te verteeren wordt vooropgesteld. Het gehalte toch der vrouwenmelk aan vet is niet onbelangrijk.

Ook de omstandigheid, dat by vele chronische voedingsstoornissen koemelk niet, doch vetarm voedsel (b. v. karnemelk, kindermeel enz.) wel wordt verdragen, mag m. i. niet tot het aannemen eener vetdiarrhee als zelfstandige ziekte voeren.

Bij een onderzoek naar het voorkomen van neutraal vet in de faeces is mij gebleken, dat bij voedingsstoornissen in deu regel het gehalte aan vet belangrijk is verhoogd. Ook het door Drmme beschreven glinsterende vliesje aan de oppervlakte der faeces heb ik bij zeer onschuldige dyspepsien van borstkinderen herhaaldelijk waargenomen.

Ik ben dan ook met Filatow van meening, dat het bestaan eener vetdiarrhee als zelfstandige ziekte, niet is bewezen.

Sluiten