Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenspreken. Maar meer toch, meen ik, ligt het aan wat anders. Het onderwijs wordt te weinig gekend. En zeer velen van hen, die er over te beslissen hebben — ik laat natuurlijk, bij deze en andere beweringen, de uitzonderingen daar, — gaan op de flauwe herinneringen af, die zij uit hun eigen jeugd van dat eerste onderwijs hebben. En juist zij, die door jarenlange voortgezette studie tot een hoog peil van geestelijke ontwikkeling zijn gestegen, herinneren zich vaak het minst, hoe zij over de allereerste hinderpalen en moeilijkheden heen gekomen zijn. En zoo ligt dat lager onderwijs in hunne herinnering in de buurt van de kinderkamer en de kinderjuffrouw, en zien zij er feitelijk met een kwalijk verholen geringschatting op neer. We! blijft zoo het onderwijs, en vooral het lager onderwijs een zaak, waarbij de verschillen in levens- en wereldbeschouwing tusschen onze staatslieden het scherpst uitkomen, maar de gewichtige beteekenis van dat onderwijs wordt feitelijk niet ingezien, en zoo doet zich het treurige verschijnsel voor, dat de geestelijke verzorging van hen, die in dit opzicht juist het meest behoefte aan bescherming hebben, onder die verschillen het ergst te lijden heeft.

Intusschen, al wil het hart nu en dan een klager hebben, wij moeten bij teleurstellingen op onze hoede zijn, en niet toegeven aan de moedeloosheid, waartoe bittere ervaringen zoo licht leiden kunnen. Hoe slingerend ook, de wereld en de menschheid blijven zich in voorwaartsche richting bewegen, en de vraag, wat kunnen wij doen, om het leven der individuen en der volken te verbeteren, dringt zich ongetwijfeld in onze dagen ernstiger dan ooit op den voorgrond. En wij, lagere onderwijsmannen, hoe ook doordrongen van de zwakheid onzer krachten, hebben daarom moed te

Sluiten