Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het taalgebruik zich al te vrij en inconsequent gedraagt. Dan is er reden om tegen deze ongebondenheid op te komen, en wie iets voelt voor de wensclielijklieid om de vervormingen in de taal onder den invloed van regel en harmonie te brengen, zal dan gaarne aan de waarschuwingen der grammatica gevolg geven".

Het is moeilijk er achter te komen, wat de heer v. d. B. eigenlijk wil, maar vermoedelijk zijn deze beschouwingen hem nog niet anti-dogmatisch genoeg. Als ik hem echter wel doorzie, dan is hij lijdende aan de verbijstering, die meer menschen overvalt, als zij zich een gezag zien ontvallen en nu meenen, dat dan ook alle gebondenheid vervalt. Vooral voor onderwijzers zou deze verbijstering noodlottig kunnen worden. Alle opvoeding bestaat in het aandoen van een zekeren dwang, in de nadrukkelijke aaubeveling van zekere regels, waarvan men hoopt, dat de leerlingen later begeeren zullen, er in vrijheid naar te leven. Dat geldt op de hooge zoowel als de lagere trappen der opvoeding, dat geldt ook, waar het de oefening in zekere vaardigheden geldt. Wie goed dansen of zwemmen wil leeren, moet een dans- of zwemmeester hebben, die hem behoorlijk narijdt, die niets over zijn kant laat gaan. Als dan de leerling over wat natuurlijke gratie beschikt, zal het schoolscli karakter van zijn kunst ongemerkt wel verdwijnen, en als hij zich afwijkingen permitteert, dan zal het zijn uit gevoel van meesterschap, maar niet uit onbeholpenheid of aanstellerij. Dat laatste is de losheid van een boer op klompen of van een paljas.

Met de oefening in het verstaan en gebruiken van een taal, ook van de moedertaal, is liet niet anders. De taalonderwijzer legt een zekeren dwang aan, en hij heeft alleen te zorgen, dat hij tot geen dwaze dingen dwingt en de

Sluiten