Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldt, en verhoogt of verlaagt hem chromatisch, naarmate er een verkleind, een groot of een vergroot interval verlangd wordt.

Voorbeelden:

1. Gevraagd de reine onderquint van a.

Toonladder van a dalend: a, gis, fis, e, d;

de reine onderquint van a is dus (1.

2. Gevraagd de groote onderterts van e.

Toonladder van c dalend: c, b, a;

de kleine onderterts van c is a;

de groote onderterts — één graad grooter — is dus a enkel verlaagd, of as.

3. Gevraagd de vergroote ondersext van e.

Toonladder van e dalend: e, dis, cis, b, a, gis. de kleine ondersext van e is gis;

de vergroote ondersext — twee graden grooter — is dus gis dubbel verlaagd of ges.

4. Gevraagd de verkleinde onderquart van deses.

Toonladder van <1 dalend: d, cis, b, a;

de reine onderquart van <1 is a;

de reine onderquart van deses (d dubbel verl.) is asos (a dubb. verl.);

de verkleinde onderquart — één graad kleiner — is dus ases enkel verhoogd of as.

De oplossing en berekening van intervallen is hiermee afgehandeld; we keeren nu nog even terug tot de omkeeringen.

102. Een interval en zijn omkeering vormen samen een octaaf. Uit het feit, dat er een klein interval overblijft, als men van 't octaaf een groot interval afneemt, moet volgen, dat er een verkleind interval overblijft, als men 't octaaf met een vergroot vermindert.

Sluiten