Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De drieklank op den subdominant, of de subdominantdrieklank, bestaande uit den subdominant, zijn groote terts en reine quint, is het derde belangrijke accoord.

Als middelaar tusschen tonica en subdominant geldt de middelste toon uit dit accoord, de onderterts der tonica dus, die in dit verband den naam van sub-mediant ontvangt, en bij omkeering als sext in de toonladder optreedt.

De subdominant-drieklank bestaat dus uit subdominant, submediant en tonica.

Subdominant-drieklank van r.

155. We leerden in 't bovenstaande voor de trappen der toonladder, behalve voor den 2n en den 7" toontrap, nieuwe namen kennen. Vullen we die aan met den naam inleider, introductor of leidtoon voor den 7" trap, omdat deze, voorafgaand aan 't octaaf of de gelijknamige van den grondtoon, als 't ware dien grondtoon en daarmee de toonladder weer inleidt, — en met den naam van super-tonica voor den 2" trap, als vlak boven de tonica gelegen, dan krijgen we de volgende reeks:

le toontrap: tonica.

2e „ : super-tonica.

3e „ : mediant.

4e n : sub-dominant.

5e „ : dominant.

6e „ : sub-mediant.

7e n : introductor.

Sluiten