Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zóó te zullen liefhebben, eene heel zware taak, haar woord te houden. Ik vermoed, dat Caroline geen flauw denkbeeld van die taak heeft gehad; ze heeft waarschijnlijk aan zoo iets nooit gedacht. Had zij dit — hare brieven geven ons het recht te gelooven, dat zij het dan zelfs niet tot „Waarde Vriend" zou hebben laten komen, en zeker zou ze nooit van „ons geluk" gesproken hebben, zooals ze den 3^ September '41 gedaan heeft.

Zij was een meisje als juffrouw Liesbeth uit Tollens' Hondentrouw. „Ik zal je liefhebben, Ulrich!" zei Liesbeth, „maar dan moet je eerst dien dog verzuipen." Maar Douwes Dekker was Ulrich niet. Toen Caroline's vader wat aandrong op preciesigheid, zei Dekker: „Loop met je dochter naar de maan", en zoo zou hij Liesbeth-Caroline geantwoord hebben: „Verzuip je zelve."

I och stelde zij hare voorwaarden, doch minder als eisch voor zich zelve, dan wel als bevredigingsmiddel voor haar vader. Dat Dekker Roomsch worden zou, eischte ze zelve; voorts moest hij niet om geld spelen, trouw schutteren, geene klappen uitdeelen , lief tegen broer Willem

Sluiten