Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ons eigen leven: dat liet broos en kort is, M. H., eilieve wat zou dat, als wij maar vruchten achterlaten ! Als onze kinderen later dankbaar erkennen in ons goede ouders te hebben gehad . . . ziet, dat is waarlijk niet weinig! Wat hindert het, dat eenmaal ons oog gesloten is, als dat oog eenmaal vriendelijk op onze naasten heeft gerust en de vreugden van Gods schepping heeft mogen zien? Wat hindert het, dat de hand verstijfd is, als die zelfde hand levend goede gaven heeft uitgedeeld en zwakken heeft gesteund en gevallenen opgericht? Wat hindert het, dat naar Gods bestel wat stof is eenmaal tot stof zal wederkeeren — als dat lichaam maar de drager is geweest van een edelen geest? Wat hindert het, dat de bloem verwelkt en het gras verdort . . . als wij in dat komen en gaan, in dat opkomen, bloeien en verwelken, de hand blijven zien van Hem, die oveial en altijd dezelfde is en boven alle wisseling en verandering verheven? Het is geen noodlot of blind toeval, dat zóó alles heeft gewild en ingericht, maar onwrikbaar vast blijft ons geloof, dat God regeert en in en door ons kortstondig leven doet rijpen een vrucht der eeuwigheid.

En zoo blijft ons laatste woord een woord van hoop !

Er geschiedt zooveel rondom ons en met ons, dat wij niet begrijpen, zooveel dat ons smart maar niets geschiedt zonder Gods wil en dus geschiedt er niets onredelijks en niets zonder doel ... al zien wij dus het daarom niet, er is wel een daarom en liet is ons eene bron van geruststelling en hoop, dat God

Sluiten