Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo zat ze dan te werken, blij als er eens iemand voorbij kwam, die groette. Met marktdag was liet er vroolijk en druk. Zeilwagens waar de boerinnen zoo gezellig beschut zaten in den inkijk onder de witte huif; rammelende karren met leege manden, soms achterin een varken of kippen, dan weer een hotsende „störtkaore," ') waarop de menschen zaten te wippen bij eiken stoot. Het ging alles zoo lustig, de paarden liepen op een drafje voor de lichte wagens, die ze 's morgens met tragen stap, de spieren spannend, naar het dorp hadden getrokken.

Anneke herkende ze al van de eene week op d'andere en noemde ze voor zich zelf met onuitgesproken namen. Het trok haar alles voorbij in prettige voldoening over afgedaan werk, dat aanzette om aan iets nieuws te beginnen. Nauwelijks was het even stil, als het ratelen van een wagen in de verte langs den straatweg was uitgestorven, of daar kwam het van den dorpskant weer aanzetten, gestadig groeiend met het rythmisch getrappel van hoeven er door.

Dan lawaaide het in eens voor haar langs. Het was net of het geluid eerst langzaam open ging als twee lijnen, die in één punt beginnen en al verder van elkaar afwijken. Als het vlak voor haar even heel hard geweest was, liepen de geluidlijnen langzaam weer naar elkaar toe. Dan liet ze zich soezig meeglijden op dat weggaand ratelen, dat al kleiner

') kar, die opwippen kan, zoodat de inhoud uitgestort wordt.

Sluiten