Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortbrengselen doen hein als een fijnvoelend woordkunstenaar kennen, die zijne gevoelens tot prachtig gedreven juweelen kan uitwerken. Na 1861 bestuurde hij het tijdschrift „De Toekomst". Ook dankt men hem eene merkwaardige vertaling van eenige der schoonste bladzijden uit de liederen van Robert Burns.

Onder de dichters van 1850 tot 1880, was van Beers, wat Ledeganck onder die van vóór 1850 geweest was, hoewel er verder geene overeenkomst tussclien beiden bestaat. Zooals anderen reeds deden opmerken, heeft zijn werk iets vrouwelijks, naast de mannelijke poëzie van den dichter der „Drie Zustersteden"zelfs waren van Beers zijn eerste pennevruchten ietwat ziekelijk en men treft er veeleer gevoelerigheid dan waar gevoel in aan, doch later openbaart hij zich als werkelijk dichter, persoonlijk van gevoel, uitdrukkingen gedachte.

Hij kiest zijne onderwerpen uit het dagelijksch leven, voornamelijk uit de nederige standen, en herschept ze tot wondere beelden, in zijne

Sluiten