is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„wat is er nu met den jongen gebeurd?" Zulk rijzen en dalen valt den dichters ten deel.

Behoor ik waarlijk tot hen? 't Is een koninklijke naam en haar als vorstin te onderteekenen is ... wat ik niet wagen durf — al voel ik nu en dan ook de tinteling van het koninklijk bloed in mijn aderen, met al het besef van kracht en pijn en overprikkeling er doorgaans mee gepaard. Maar toch ... neen de moed ontbreekt mij; 't valt zoo licht het verstand te verliezen en voor Bourbon te spelen met een kroon van stroo. 'tls waarlijk al te gewoon.

Menige vurige geest laat rijmwoord op rijmwoord klinken, zooals hij staal op staal zou doen klinken, indien staal voorhanden ware, in een rusteloozen aandrang om iets te doen. Menige teedere ziel rijgt haar tranen aan een rijmenden draad, zooals kinderen met sleutelbloemen doen — hoe meer moeite zij zich geven, hoe meer het werk verflenst. Jonge mannen, ja en jonge vrouwen ook, schudden maar al te vaak hun wilde haren in tamme verzen uit, voordat zij zich onder hun eigen wijnstok nederzetten en nuttige menschen worden. Helaas, schier elke vogel zingt bij het morgenkrieken, maar daarom ziet ge den tjilpenden zwaluw niet voor den heiligen leeuwrik aan.

Maar van dit alles gaf ik mij nog geen rekenschap in die dagen. Alle zelfontleding komt laat. Daar staat gij voor de eerste maal tegenover de natuur en staart haar in de volheid van haar lichtglans, vlak in het aangezicht. Het schemert u voor de oogen; gij slaat ze neer voor het wonder, dat gij aanschouwt. De vorm ontgaat u, doordat gij niets dan licht ziet. Ik leefde in die dagen en schreef, omdat ik leefde, niet omdat ik er het recht toe had. Mijn hart klopte in mijn hoofd. De onstuimige levensstroom joeg over dammen en dijken heen, zich niet bekommerend wat eigen, wat buurmans grond moest heeten. Zoo gaat het in de jeugd. Wij spelen haasje-