is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over met eiken grenspaal. De liefde in ons en buiten ons vloeien samen, smelten ineen — wij weten ter nauwernood of wij liefde geven of ontvangen. Evenzoo met andere krachten. Gaat de werking van ons op anderen, of omgekeerd uit? Vliegen de boomen ons, of wij de boomen voorbij, op dien eersten, snellen tocht in onzen levenswagen?

Ik deed alzoo wat de meeste jonge dichters doen, bij de eerste levendige opwelling hunner individualiteit : ik stortte mij zelf in de aderen van anderen uit en maakte levenlooze navolgingen van levende gedichten, de levende aansprakelijk stellende voor de doode, mij aan de natuur vergrijpend. „Raak niet, smaak niet, roer niet aan." Wij jonge schrijvers binden ons veel te slaafs aan de oude regels. Wij tokkelen den cither, tot de vingers ons zeer doen, als wisten wij van geen contrapunt af. Wij roepen de Muze aan: „Muze, goedertieren Muze", als ware de aanblik harer schitterende oogen en purperlokkig hoofd ons gemeenzaam, als die van een hert tusschen het geboomte. Wat een ernst bij ons kinderspel! Wat povere vrucht van de krachtigste pogingen 1 Wat koude, langgerekte oden op het heetste vuur gestookt 1 Herderszangen, terwijl de schrijver zou schrikken van koeien, die in de modder plassen om de vliegen te verdrijven; leerdichten, die niets zijn dan slaafsche navolgelingen van den meester; nagemaakte heldenzangen vol schetterende klanken, zooals een kind ze voortbrengt, als het de rozenwangen opblaast, om zijn moeder aan het lachen te maken ; treurliederen en minnezangen aan weggeworpen en weer opgeraapte ruikers gelijk, niet frisscher, doordat een menschenhand ze haar warmte meedeelde; dit alles geschreven in de vroolijke morgenuren met een morgenhart, bonzend van liefde, hunkerend naar daden, zwak slechts wat de kunst betreft. Menigmaal trillen de oude vormen als het jonge bloed er door heen gudst. De ietwat gerimpelde wijnzakken kraken zelfs bij-