Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik in dien stond niet vergeten, dien verschrikten, wanhopigen, verwijtenden blik, die oogen, waarin ik, geloof ik, tranen zag, die mannelijke lippen, die ik zag beven."

Eindelijk verbrak hij het zwijgen.

„Is het mij vergund, hoewel ik geen vreemde, hoewel ik slechts Romney Leigh ben — wat nog minder beteekent dan — Vincent Carrington — is het mij vergund te vragen, wat uw plannen zijn; waar gij henen gaat? Dat toch is zeker geen geheim?"

„Geheel mijn leven ligt voor u open, neef. Ik ga naar Londen, naar de verzamelplaats der geesten, om ook mijn geestesstem in het koor te mengen. Om mijn ziel harmonisch voor anderen uit te storten, indien althans de ziel eener vrouw, even als die van een man, het geheele octaaf kan omvatten. En kan ik dit niet, dan toch om zuiver voor mij zelve te zingen. Bid God, dat hij met mij zij, Romney."

„Arm kind, arm kind, dat de moederhand van zich stoot, om die van den beul te vatten. Moge God zijn wereld om uwentwille vervormen; o dierste, moge Hij haar voor u liefelijk maken als Zijn hemel en rechtvaardiger dan ik u heb gevonden."

„En gij Romney?" vroeg ik na een oogenblik stilte.

„Ik," sprak hij, „ik? Gij bekommert u om mij ? Och, meisjes zijn nieuwsgierig en willen van alles het fijne weten — dus van neven ook. Ik, Aurora, ik heb mijn werk; gij kent het. En daar ik dit jaar voor mijzelf een hoop heb moeten opgeven, moet ik te meer zorg dragen, dat ik mijn plichten tegenover anderen niet opgeef. Terwijl gij uwe herderszangen dicht, van weiden en wouden zingt, ga ik trachten aan verdoofde, verstompte geesten, verdoofd en verstompt door zorg en smart, duidelijk te maken en te bewijzen, dat de natuur haar eigen lied zingt; geen dichter, luit of stem tot middelaar behoeft, om haar melodie verstaanbaar te maken. Terwijl gij bij uw publiek gehoor vraagt, zoek ik voor hongerige weezen

Sluiten