Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als het onderwijs niet vlotten wil, zijn kleine kinderen niet in staat te zeggen, waaraan het bij hen hapert; vandaar het vaak gesloten blijven van dat levende boek van paedagogiek.

Nu wilde het geluk, dat ik onderwijs moest geven aan volwassenen, die geen A van een B konden onderscheiden.

Een van hen wilde gaarne lezen leeren, maar het wilde niet vlotten bij den assistent met „«/en uil" enz.

Ik nam hem apart en putte al mijn onderwijskracht uit met „ei en eik" en „ei en lei", maar de k en de l wilden niet te voorschijn komen bij den man.

Ik pakte de zaak weer van een anderen kant aan, toen de man opmerkte:

„Een eik is een boom, mijnheer, en een ei, 'k wou, dat ik een eitje had'.

Toen ging mij plotseling een licht op: ik dacht aan de woordklanken, maar de man dacht steeds aan 't geen, waartoe hem die klanken dienden, — aan de voorwerpen!

Kort daarna leerde ik van Dr. W. Pleyte en uit een opstel van H. Brugsch, beiden Aegyptologen, hoe het in de geschiedenis der beschaving een reuzenstap is geweest aan den woordklank apart te

Sluiten