Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weekloon mocht hij Ruddiman's Grondbeginselen van het Latijn koopen. Vele jaren achtereen bestudeerde hij de letterkunde van die taal op een avondschool, die van acht tot tien uur 's avonds gehouden werd. Als hij dan thuis was gekomen ging hij nog het taalkundige gedeelte van zijn werk na zitten pluizen, tot twaalf uur of zelfs nog later, zoo zijn moeder er geen stokje voor stak door uit bed te springen en de boeken onder zijn handen weg te grijpen, 's Morgens toch om zes uur moest hij reeds weder op de fabriek wezen. Hij had daar te werken tot 's avonds acht uur, met uitzondering van den tijd voor de ochtend- en middagmaaltijden. Op bovengenoemde wijze las hij verscheidene klassieke schrijvers. Hij zegt later in zijn Zendingsreizen: „Mijn Virgilius en Horatius kende ik vrij wat beter toen ik zestien jaar oud was, dan dat ik ze nü ken." Hij is dan ook vol lof over het degelijk onderwijs dat hij als jongen genoten heeft, en roemt den onderwijzer — die gedeeltelijk ook gesalarieerd werd door de patroons van de fabriek — als een flink en ontwikkeld man, welke ook eenige andere van zijn medescholieren door zijn grondig onderricht in staat stelde op te klimmen tot een positie in de maatschappij, véél hooger dan men zou verwachten van jongens die op een dorpsschool hebben geleerd.

David verslond in dien tijd al wat hij maar aan boeken te pakken kon krijgen; doch romans — die, trouwens, in overeenstemming met de toen heerschende gevoelens in godsdienstige kringen, verboden

Sluiten