Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk terug en verzamelde hij groote troepen van andere stammen om zich heen, zich niet zonder vrucht wijdende aan hun verbetering. Jaren lang — ten minste nog in 1880, volgens Blaikie — leefde hij nog, en steeds met slechts één vrouw. Hij bleef een goed Christen en vestigde zich later met zijn volk op eenige mijlen afstands van Kolóbeng, waar een zendeling van een Hannoveraansche Zendingsvereeniging bij hem ging wonen. Sesjéle bleef altijd een groote vereering voor Livingstone koesteren, was een warm vriend en bevorderaar van de zending, kende zijn Bijbel door en door en hield zelfs zeer goede preeken. Ook Mebalwé is oud geworden, een nuttig man en een voortreffelijk preeker: iemand die er veel toe heeft bijgedragen om velen van zijn volk tot Christus te brengen.

Het kostte Livingstone heel wat, voor goed afscheid van de Bakoeënen te moeten nemen! Doch zijn vertrek was onvermijdelijk, doordien er geen hoop bestond dat de Boeren een vreedzaam onderricht van een Engelschman aan de bewoners van Kolóbeng zouden toelaten en hij ook zijn gezin niet langer aan deze ongezonde streek bloot wilde stellen zonder dat er eenig goeds mede bereikt werd. Na een kort verblijf te Koeroeman ging hij met de zijnen naar Kaapstad, waar hij 16 Maart 1852 aankwam. Elf jaar lang was de zendeling thans in de binnenlanden geweest, verwijderd van de grenzen der beschaving. Zijn zwarte jas was dan ook, wat snit betreft, heel wat bij de mode ten

Sluiten