Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een maand toevens te Linjanti vertrok Livingstone, weder vrij wel hersteld, met de bedoeling om de rivier de Sesjéke stroomopwaarts te volgen tot aan de stad Naliéle. Hij werd vergezeld door Sekelétoe en ongeveer 160 man. Het bleek hem dat de rivier die men volgde, verder op niet de Sesjéke heette, naar de stad van dien naam, maar dat zij door de Barotsi „de groote rivier" of Liambai, nog verder de Loeambéji genoemd werd. De rivier kreeg, hoe hooger men kwam, steeds andere namen, die echter alle min of meer op elkander geleken en alleen dialectisch verschilden; zij is thans algemeen bekend onder den naam van de Zambési, een der grootste en schoonste rivieren van Afrika. Deze landstreek der Barotsi behoorde nog tot het gebied van Sekelétoe en hij werd dan ook hier door de bevolking erkend en begroet als „de groote leeuw" en „het groote opperhoofd." Op den tocht werden door Sekelétoe, die voor het eerst dit deel van zijn land bezocht, nog enkele doodvonnissen voltrokken aan sommige hoofden, die 'Mpépe hadden gesteund en aangemoedigd in diens booze voornemens. De zendeling protesteerde hiertegen, doch te vergeefs. Zoo zag hij, zonder het te kunnen voorkomen, 'Mpépe's vader en nog een ander hoofdman voor zijn oogen met bijlen in stukken hakken en de bloedige brokken in de rivier werpen, waar zij door de krokodillen werden opgeslokt. Na verloop van een paar uur was men weder van deze plaats des bloeds vertrokken, daar Livingstone er

Sluiten