Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar weinig onkosten te maken, en de Engelsche anti-slavernij-politiek zou op de Oostkust hetzelfde gunstige vervolg opleveren als op de Westkust. Naar aanleiding van dit alles schreef Livingstone aan zijn vriend James Young: dat, als de Regeering soms mocht weigeren op deze zaak in te gaan, hij dan voor eigen rekening zulk een stoomschip wilde aankoopen. Na veel geschrijf over en weer gaf hij aan Young volmacht 2000 Pond 1/24000) van hem voor een vaartuig te besteden, geschikt tot het doel. Nu kwam men overeen dat de Regeering de „Pioneer" zou geven ter bevaring van de Zambési en het lager gedeelte van de Sjiré, terwijl Livingstone voor een ander vaartuig zorgen zou, om dienst te doen op het meer. De „Lady Nyassa" — zoo werd dit door Rae in Engeland gekochte vaartuig genoemd — zou echter nooit op het meer komen. De boot kostte Livingstone meer dan 6000 Pond of f 72000, het grootste deel van de som die hij met het schrijven van zijn boek verdiend had.

Op den terugweg was Livingstone's gezondheid verre van best, doch hij hield zich zoo goed mogelijk. Hij had veel last van bloeddiarrhee, die hem zeer verzwakte. Onderweg ontving hij brieven, waaronder een van zijn vrouw, die hem de heugelijke tijding meldde dat hun den 16on Nov. 1858 te Koeroeman een dochtertje geboren was, een flink en gezond kind. De kleine was dus reeds ongeveer een jaar op de wereld, toen de vader eerst van het bestaan er van hoorde. Men sukkelde nu zoo goed en zoo kwaad

Sluiten