is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\1 deze voorschriften gaven stenn aan den geloovigen onderwijzer, om een in waarheid gehorig onderwijs te geven, maar ook aan den ongeloovigen schoolmeester, om den kinderen waarhedemn te prenten slechts gegrond in rede en natuur. Dat de scholen ,n de eerste aren, na 1806 in een godsdienstig opzicht nog zoo goed waren, als ze waren, was niet ten gevolge der u-et, maar een gevolg hiervan, dat het Nederlandsche volk nog niet geheel met de geopenbaaule udallieden van Gods Woord had gebroken.

Men zegt niet te veel, als men beweert, dat met de wet van lb . de stelsels van Montaigne, die een bloot verstandelijke opvoeding wilde, van Locke, die alle leerstelsels bestreed, en van Rousseau,die de openbaring verwierp en den natuurlijken godsd'enst voorgenoegzaani achtte,' hnn openlijke intrede in ons land deden^De triomf an deze stelsels was voorbereid door mannen als Hu shoff en ''''te am vooral door Hontam en Corn. v. d. Palm (aanhangers van Locke) en anderen de maatschappij tot Nut van het Algemeen had dien gemakkelijk gemaakt en door de revolutie had hij zijn .es kregen. De zaden, door Locke en Rousseau uitgestrooid en ook in Xederlandschen bodem overgebracht, waren thans ontkiemd en hadden nu gelegenheid gekregen, om tot volkomen wasdom t

geDikeen wasdom zouden ze langzamerhand verkrijgen en hebben ze verkregen in de schoolwet en van 1857 en 1878. Thans echter kon men

nog niet zeggen, dat de Bijbel op school een verboden boek was. Het

is waar, op de Algemeene Boekenlijst, eerst in 1810 voor Holland en in 1815 voor geheel AW-Nederland uitgegeven komt de H Schrift niet voor, doch dat kwam, gelijk men verzekerde om ^ Woord niet met de gewone Spel- en Leesboeken Immers, hieromtrent werd daar ter plaatse gezegd: »Retds dooi don Bijbel onder de schoolwerkjes aan te bevelen, zou er afbreuk gedaan worden aan de achting en eerbied, aan denze ven verschuldigd, even als ware het noodig, om door eene rechtstreeksche beveling de onderwijzers op te wekken en te verplichten tot een gepast gebruik van denzelven. Zulk eene verplichting rust reeds van zelf op hen, en verre er van af hen, door het niet vermelden vWm Bijbel op de Boekenlijst, te willen ontslagen rekenen om van den zeiven een behoorlijk en plichtmatig gebruik temakeTi naniiie reeds bij het eerste ontwerp ter vervaardiging dezer lijst voor,