Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roomschgezinde koa 't niet dan aangenaam wezen, dat zijne kinderen jaarlijks bij liet opzeggen van den dertigsten Zondag de vraag uiet meer hoorden: »Wat onderscheid is er tuaschen het Nachtmaal des Heeren en de Paapsche Mis?" Noch in 'tantwoord: »... En alzoo is de mis in den grond anders niet dan eene verloochening van de eenige offerande en het lijden Jesu Christi en eene vervloekte afgoderij" (Dr. II. J. Nassau. «Geschriften," blz. 70). Langzamerhand begonnen zij bezorgd te worden over het feit, dat het schooltoezicht meest aan Herv. predikanten was toevertrouwd. De Protestanten zagen dat met welgevallen en beschouwden het als een waarborg, dat het Christelijk godsdienstig onderwijs niet geheel uit de school werd geweerd, doch de Katholieken meenden er den toeleg in te bespeuren, om allengs het geheele volk te protestantiseeren. Waarschijnlijk om aau hunne bezwaren tegemoet te komen, bepaalde de Koning bij decreet van 18 Aug". 1808, »dat voortaan de predikanten en geestelijken der onderscheidene gezindheden niet konden benoemd worden tot leden der commissiën over het openbaar onderwijs."

De nieuwe schoolwet, onder Schimmelpenninek tot stand gekomen, kwam onder Koning Lodewijk Napoleon tot uitvoering. Van den Etuh bleef commissaris van het schoolwezen. Den 4™ Maart 1808 werd hij echter tot inspecteur van het lager schoolwezen benoemd, als blijk, dat men zijne diensten op prijs stelde. En inderdaad, hij was de ziel van alles, wat op het gebied der school tot stand kwam. en zorgde er voor, dat de reglementaire bepalingen omtrent het onderwijs geen doode letter bleven. In 1809 stelde Y. d. Eude voor, een Algemeen Schoolfonds op te richten, door heffing eener algemeen in te voeren afzonderlijke plaatselijke belasting met het doel, om de karige bezoldiging der onderwijzers te verbeteren; het geregeld schoolgaan, ook door verhooging van belasting voor de nalatigen. te bevorderen. en om de publieke kassen van vele bezwarende uitgaven te ontheffen. Gelukkig keurde de Staatsraad deu 27 Maart 1809 het ontwerp af, wijl hij vreesde «willekeurigheid en misrekeningen en ook te groote krenking van het ouderlijke recht."

Den 1 Juli 1810 deed Koning Lodewijk afstand van de regeering eu — Holland werd bij Frankrijk ingelijfd. Het openbaar onderwijs in geheel het Keizerrijk werd toevertrouwd aan de «Keizerlijke Universiteit." Hoe ook het Hooger Onderwijs hier te lande door Keizer

Sluiten