Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Agathoclea oefende een onbeperkte heerschappij uit over Ptolemeüs Philopator, wiens rijk zij het onderst boven keerde.

Archeanassa werd evenals Ninon tot op een hoogen leeftijd bemind. Plato beminde haar, en vergat voor haar de strenge beginselen van zijn wijsbegeerte. Men zegt dat hij haar deze verzen wijde:

De beminnelijke Archeanassa heeft mijn trouw verdiend,

Zij heeft rimpels, maar ik zie Een bende liefdegoodjes in de rimpels spelen.

Gij, die haar kondet zien, voor dat haar bekoorlijkheden Door den loop der jaren die kleine gebreken oekomen hadden, O, wat moet gij niet beleden hebben.

Aristagore, courtisane van Corinthe, minnares van Demetrius van Phalere. Deze op het feest der Panatheneas tot hipparchus benoemd, liet voor deze hetaire een zetel plaatsen boven Hermes. Bij het vieren der mysteriën van Eleusis plaatste hij haar aan den ingang van het heiligdom.

Demetrius voor den Areopagus gedaagd om zijn weelde, antwoordde: „Ik leef als een welgeboren man; indien ik voor maitres een zeer schoone vrouw heb, doe ik niemand nadeel. Ik drink wijn van Chio, ik leef weelderig, maar ik verteer slechts mijn inkomsten. Ik leef niet verkocht door giften of als overspeler, zooals eenigen uwer." En hij noemde vele leden van de rechtbank. Antigonus maakte hem na

deze rede thesmotheet.

Bedion, rijk door den roof op den dichter Antagoras. Simonidas maakte tegen haar en twee harer vriendinnen deze verwensching:

Ontvlucht, ontvlucht Cytlier en deze ondankbare kust Verpest door de Sireen en den begeerigen zeeroover , De minnaar van Bedion en die van Ihais T ichten u genoeg in door hun volkomen ondergang.

Zij weenen : omdat zij uitgeschud zijn. Ga op den "i^euk , üi oogen verschrikken door een waanzinnige schipbreuk .

Sluiten