Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen, zoo zij goede zeden hebben, en aan wie het gebrek aan wijsheid alle hulpmiddelen zou ontnemen. De wetgever nochtans, steeds vol argwaan, wijst duidelijk het uur aan, waarop een vrij kind naar school moet gaan, en wanneer het er uitgaat. Hij verbiedt den meesters en hoofden van gymnasiën voor het opgaan der zon deze te openen, en hij gelast hun, de eenzaamheid en de duisternis voor verdacht houdende, ze voor zonsondergang te sluiten. Hij wil, dat de bestuurder der feesten van Bacchus, die daarbij kinderen gebruikt, boven de veertig jaar zij, opdat hij slechts met hen op een rijpen leeftijd in aanraking komt. Volgens den wetgever kan een welopgevoed kind, tot man opgegroeid, zijn vaderland nuttig zijn. Maar als reeds dadelijk de inborst bedorven is door een slechte opvoeding, kunnen de kinderen slechts verdorven burgers zooals Timarchus worden.

„De wetgever heeft, ook voor de veiligheid uwer kinderen, nog een andere wet vastgesteld, die op de prostitutie: Zij stelt de zwaarste straffen vast tegen wie ook, die een vrij kind of vrouw prostitueert. Welke andere wet heeft hij nog afgekondigd? De wet tegen de beleediging, die in één woord al de overtredingen van dezen aard omvat. Zij zegt uitdrukkelijk, dat wie ook een kind, een man of een vrouw, hetzij vrij of slaaf, beleedigt (en men beleedigt hen, als men ze voor zijn vermaak koopt), wie zich tegen een dezer personen aan misdadige buitensporigheden zal overgeven, beschuldigd en tot een lichamelijke kastijding veroordeeld kan worden."

Eschinus herinnert voorts de beschikking der wet tegen mannen, die zich zeiven aan de prostitutie overleveren, en die aldus vervat is: „Wie der Atheners zich prostitueeren zal ten genoege van anderen, zal niet gekozen kunnen

Sluiten