Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nold te Pommerzig. Die man beklaagt zich, dat hem onrecht is geschied. Onrecht wil ik niet; als hy gelyk heeft, moet hy gelyk hebben. Ik heb daarom aan de rechtbank te Küstrin bevolen, dat zy een van haar leden zou aanwyzen om met een door my aan te wyzen persoon de zaak opnieuw te onderzoeken. De rechtbank heeft daarvoor aangewezen haar president Neumann. Ik benoem u tot het andere lid der onderzoekingscommissie.

Von Fürst.

Majesteit, is het veroorloofd, een opmerking te maken ?

De Koning.

Zeker.

Von Fürst.

Uw Majesteit veroorlove my de opmerking, dat mynheer Heucking, in weerwil zyner groote bekwaamheden, geen jurist is. Het punt, waarop het by de beoordeeling der zaak Arnold aankomt, is juist een fyne rechtskwestie.

De Koning.

(Ironisch.)

Het is toch merkwaardig, hoe een leek in de donkere wouden van het recht soms plotseling zich verbeelden kan, iets van het heldere licht van den hemel te zien. Dat heb ik nu van den aanvang gedacht, dat in die zaak Arnold een fyne rechtskwestie zat.

(Ernstig.)

Maar, myn waarde .Grootkanselier van de rechten van dit land, al betreuren alle juristen ter wereld, dat op die manier hun recht met de beenen in de lucht komt te staan, myn zeer byzondere meening is, dat in de buurt van fyne rechtskwesties kerels noodig zyn, die

Sluiten