Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE TOONEEL.

De vorigen, Busch, Scheibier, Ransleben, Friedel, Graun.

De Koning.

Wie van jullie zyn de rechters uit Küstrin?

(Zy komen iets naar voren, gaan dan op een handbeweging van den Koning op het midden van het tooneel staan;

Neumann staat by hen.)

En dus jullie bent de rechters van Berlyn.

(Deze plaatsen zich meer naar voren op het tooneel.)

Daar staan een man en een vrouw, die vroeger gelukkig waren. Nu zyn zy arm... Een edelman heeft hun het water afgenomen, waarmee hun molen maalde. Toen konden zy hun pacht niet meer betalen aan den anderen edelman. Toen hebben die twee edellui hun alles afgeroofd, wat zy hadden.

(Vrouw Arnold schreit.)

En toen hebben jullie dat goedgekeurd... Hier ligt het vonnis van jullie te Berlyn.

(Hy slaat gedurende de volgende woorden herhaaldelyk op het vonnis.)

„In zake Arnold", zoo begint het, „in zake Arnold contra Von Gersdorf erkennen Wy, Frederik, Koning van Pruisen, als recht"... Ik erken als rechtI Dat schryf jullie, dat ik die ongerechtigheid als recht erken!... Ik zou in je ziel willen lezen. Ik zou willen, dat ik achter die bonken voorhoofden, die jullie juristen hebt, kon lezen, wat daar omgaat, als je denkt aan het woord „recht". O, ik weet het, dan dansen je gedachten den gekkendans, dien je van de Romeinen hebt

Sluiten