Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op Dinsdag 30 Januari zou men zijn stoffelijk overschot naar de laatste rustplaats dragen. Dicht bij Arnhem aan den Apeldoornschen weg, op de begraafplaats Moscowa, bezat de Commandant een familiegraf; daar zou zijn rustplaats zijn.

Velen in ons land gevoelden behoefte, bij die plechtigheid tegenwoordig te zijn, en onder die velen behoorden in de eerste plaats de militairen, die öf onder hem öf later in Atjeh gestreden hadden en dus beter dan anderen het werk van den held van Samalangan naar waarde konden beoordeelen. Natuurlijk waren eenigen verhinderd, aan hun wensch gevolg te geven, doch wie maar eenigszins kon, was naar Arnhem getogen.

Uitlokkend was het weder niet; het was Januari en dat zegt al veel in ons land. Maar die laatste Dinsdag in die koude maand kenmerkte zich nog door een sneeuwjacht, waarvoor geen kleed, hoe dik ook, het lichaam voldoende beschutte. Maar het barre winterweer hield geen der vrienden terug, evenmin als de schoolknapen en meisjes te Arnhem. Bijna in elk gezin bleef dien dag de koffietafel ledig, omdat de schooljeugd zich op straat had opgesteld, ten einde den stoet te zien voorbijtrekken.

Toen de lijkwagen zijn last had ontvangen en de paarden zich langzaam voortbewogen, reed de

Sluiten