Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn vriend, schijnt maar een quaestie van tijd, en van niet zeer langen tijd.

1 Maart 1896.

DE ERTSWERKERS VAN ROTTERDAM.

DE drukke, en telkens drukkere transito-haven aan de Maas richt met moed en verstand haar vergroot grondgebied in voor den handel waarvan zij leeft. De mooie en ruime havens worden voorzien van de nieuwste toestellen om arbeidskracht en tijd te sparen bij het overladen uit de zeeschepen in riviervaartuigen of spoorwagens, waarbij door scheepsbezorgers, allerlei tusschenpersonen en de arbeiders de loonen worden verdiend, die een goed deel van Rotterdams welvaren zijn. Dit is een natuurlijk streven, want bleven de overladers gedoemd om met ouderwetsche werktuigen te arbeiden, dan zouden andere, beter op snel werken ingerichte havens, hun spoedig het winstgevend bedrijf afnemen. Immers de wedloop der concurrentie gaat niet alleen tusschen man en man, tusschen onderneming en onderneming, maar ook wel degelijk tusschen haven en haven.

Zoo was het gemeentebestuur volkomen werkzaam in de lijn der stadswelvaart, toen het aan eene nieuwe, de Katendrechtsche haven, bij voorkeur bestemd voor het overladen van erts, electrische kranen plaatste, die sneller dan vroeger de stoomlieren aan boord, de schepen zouden kunnen lossen. En een cargadoor die vele ertsvervoerders bedient, bleef niet minder in de lijn van zijn voordeel en dat zijner principalen door dadelijk die nieuwe kranen te gaan gebruiken, 't Was om de vlag te hijschen op den toren, nu het hanteeren van een artikel dat Rotterdam in zoo groote hoeveelheden passeert, weer eenvoudiger was gemaakt.

En toch vervult de gedachte aan dezelfde kranen nu menigen

Sluiten