Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÉS EEN MERKWAARDIGE REDE. EB

ER was eene gerechtvaardigde belangstelling in hetgeen de heer Van Marken zou zeggen bij de opening van het congres dat de Internationale Coöperatie-Bond hield in het Agneta-Park, te midden der stichting waarin hij sedert bijna dertig jaren arbeidde aan het succes zijner industrie en aan dat van de illusiën zijner jongere jaren. Men zou nu te weten komen wat van deze laatste is overgebleven, want hij zou spreken over „la coopération et la classe ouvrière." Coöperatie was voor de half-socialistische school van staathuishoudkundigen de opkomende zon der bevrediging, der verzoening van tegenstrijdige belangen; als zij maar eens in haar volle kracht hoog aan den hemel stond, dan zou er een licht en eene warmte komen over de velden, waarin allen zonder onderscheid in de verblijdenis van een redelijk bestaan naar het stoffelijke en het geestelijke zouden leven, lntusschen is de coöperatie toegepast, wel niet zoo sterk verbreid als men wel wenschte, maar zij werd met talent ontwikkeld. Volksbanken van coöperatief bestel zouden den handwerker er bovenop houden tegen de concurrentie der machine; de verbruiksvereenigingen kwamen vooral in Engeland, maar ook elders tot ontwikkeling; en ook de productieve coöperatie groeide en groeit, in Engeland, ook in Frankrijk en België. In Engeland ontwikkelde zich het denkbeeld van het „co-partnership of the workers", en reeds in 1884 werd daar de Labour Association opgericht voor de verbreiding van dit denkbeeld: mede-eigendom van eiken medearbeider, welker secretaris, de heer Henry Vivian, Woensdagmiddag, toen hij den Franschen toeleg bestreed om deze beweging in eene definitie in te bakeren, een fraai getuigenis van zijn geloof aflegde, zeggende dat de geest van deze associaties zou doorwerken en moest zegevieren, al zou het misschien nog honderd of honderden jaren duren. Deze ver-

Sluiten