Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor 't beschouwen van fijne wortelhaartjes hale men uit den tuin een of andere plant. Wijzen op het groote nut dier haartjes en op hun teerheid. Als men een plant uit den grond trekt, dan breken ze licht. En als men zoo die plant verplant, begint ze aanvankelijk te kwijnen. Eerst wanneer nieuwe wortelhaartjes gevormd zijn, fleurt ze op. Daarom wijze men de leerlingen er op, dat ze 't plantje, 't welk ze ergens, b.v. in een pot willen overplanten, voorzichtig met een kluit aarde uit den grond moeten graven, en het dan met die aarde moeten verplanten.

OPGAVEN.

1. Hoe heet het buitenste van een dunnen tak?

2. Wat ligt onder die opperhuid?

3. En wat volgt op de schors?

4. Waaromheen zit de bast?

5. Wat zit er van binnen in den tak?

G. Welk van deze deelen vindt men niet bij den stam?

7. Hoe ioopen de scheuren of spleten der schors op den stam ?

8. Waardoor ontstaan die scheuren?

9. Waarin verdeelt de stam zich?

10. Hoe heeten de kleine takken ?

11. En wat vormen al die takken en twijgen samen?

12. Waarvoor dienen de wortels van den boom?

13. Hoe heeten de fijnste worteltjes?

14. Waarvoor moet men zorgen bij 't verplanten?

Teekenen: ft. een dwarse doorsnede van een takje;

6. een overlangsche doorsnede van een deel van een takje.

4. De appelboom.

c. De bloem.

Eindelijk willen we nog de bloem van den appelboom beschouwen. .Met de deelen eener volkomen •bloem hebben de leerlingen kennis gemaakt bij den kerseboom Ze zullen bij die van

Sluiten