Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grenzen te laten brengen. Gij verkiest zeker op uwe eigene gelegenheid af te reizen, al is het dan zonder mijne logee, die daartoe geen den minsten lust toont. De Pruisische consul heeft haar voor u gewaarschuwd, en zijn vriend moet uw belangwekkend onderhoud met haar hebben bijgewoond, want hij was al verscholen in die galerij eer gij zelf er met haar kwaamt; stampvoet nu niet van woede, en neem de zaak op zooals wij die wenschen voor te stellen, als eene mislukte carnavalsgrap, waarvan gij zelf tot uwe schade, bij verzet, een drama zoudt maken. Gij brengt mij met mijne logee thuis, en er is thans nog niets straf baars voorgevallen, alleen zorg dat gij binnen de vier-en-twintig uur de stad en de provincie verlaat, want langer uitstel zal men u niet gunnen."

De graaf mompelde eene krasse verwensching tot eenig antwoord, maar zag in dat hij geslagen was, en dat hij zich schikken moest naar de omstandigheden.

Ook had Wijnands nauwelijks uitgesproken, of het rijtuig hield stil voor diens huis. De persoon, die op den bok de plaats van Frits had ingenomen, en die nu eene bonte muts en een manteljas droeg, sprong van zijn hoogen zetel, deed het portier open en hielp Regina uitstijgen, door haar gastheer gevolgd: zij, reeds genoegzaam bekomen, wilde den pelsmantel afwerpen, maar Wijnands verhinderde dat: „'t is de mijne!" fluisterde hij haar in.

„De koetsier, die zeker zijne orders had, reed onverwijld door; Stanislaus deed geene poging tot verzet.

Regina, door Wijnands en den vreemdeling ondersteund, trad het bordes op; de huisknecht had de deur reeds opengedaan; zij trad de helder verlichte vestibule binnen, met Wijnands alleen; de vreemde bleef achter.

Rigina keerde zich naar hem om.

„O, laat mij u danken," riep zij met eene stem, die van ontroering trilde, en zij stak hem de hand toe.

„Men begeert geen dank!" was het nurksche antwoord van den man, die zeker de scherpe winterlucht schuwde, want hij hield een zakdoek tegen den mond gedrukt, had de pelsmuts dicht over de oogen getrokken, en zonder om te zien liep hij schielijk weg.

Binnengekomen, wierp zij zich met hartstochtelijke uitingen van dankbaarheid in de armen van den heer Wijnands, die trachtte

Sluiten