Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nis.... „maar dat is onze parochie niet," zegt mijnheer, qui a son idéé op dit punt. Ik zie ook niet in waarvoor het noodig is, als men, geboren Nederlandsche, in de eigen moedertaal onder verschillende vormen kan worden gesticht.

Mevrouw acht zich voorts verplicht te gaan waar men gaat, dat wil zeggen, waar do meeste dames van hare coterie heentrekken als zij het met hare zware verplichtingen aan de wereld vereenigen kunnen, om ook den publieken godsdienst waar te nemen, en dan volgen zij — kluchtig genoeg! de meest serieuze predikers; zij willen het wel ééns in de week hooren, dat zij zes dagen lang een anderen Heer dienen dan den eenigen die waard is gediend te worden ; maar ainsi. va Ie monde, het zal elders niet beter zijn, en wat mevrouw Ryhove aangaat, zij is zoo beminlijk, zoo goedhartig, zulk eene onberispeljjke gade, zulk eene schrandere, liefhebbende moeder, zoo voorkomend en fijnvoelend jegens anderen, dat men haar liefhebben moet, ondanks zekere inconsequenties, het gevolg van den nieuwen toestand waarin zij is verplaatst; zij deelt het mij soms in vertrouwen mee, dat zjj door den stroom der wereld verder wordt meegetrokken dan zij zelve wil, maar dat het er nu zoo mee door moet voor een tijd; zij gevoelt het onbestemd, dat zij geen vasten grond onder de voeten heeft, en wil van de voorrechten harer positie nemen wat zij geven kunnen, zoolang het duurt.

Wat Mathilde aangaat, zij heeft zulk eene overhelling tot weekheid, tot overgevoeligheid, dat men het haar vader niet ten kwade kan duiden, dat hij tegenover haar voorzichtigheid aanbeveelt, zelfs waar het godsdienstige opwekking geldt. Zooals zij nu is, kan zij geene botsingen met de wereld doorstaan, dat is zeker. Reeds de mogelijkheid, dat haar smart en ontbering zouden kunnen treffen, doet haar sidderen. Het kost mij moeite genoeg haar te gewennen aan den trein van leven, dien hare ouders meer en meer moeten volgen, en waaruit voor haar scheiding en verlatenheid volgt. Ik tracht haar kloek te maken en over zich zelve te doen glimlachen bij zulke gelegenheid. Met haar instemmen, haar beklagen, zooals ik doe in het harte, zou olie in het vuur zijn. Ik moet sensiblerie noemen, wat ik liefst als kinderlijke aanhankelijkheid zou prjjzen.

Sluiten