Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend dat er nog eene zekere mevrouw Ward leefde en in den Haag woonde, eigen zuster van den ouden heer Ryhove, waar Son Excellence zelfs bij opgevoed was, die in een tijd, waarvan zij, freule Constance Haubertin, heugenis had, als getrouwde vrouw nog „juffrouw" werd genoemd, en wier man zooveel als ... aannemer was geweest. Horrible! en toch eene alliance met de Braunfelsen, terwijl het te bewijzen was dat deze afstanden van de graven van Solms, die geallieerd waren aan de Nassau's en het huis van Oranje!

Het sterktepunt van freule Haubertin is de genealogie. Zij kent de afkomst, de verwantschap, de verbintenissen van alle adellijke en patricische familiën op haar duimpje. Ik houd het er voor, dat zij hare studie heeft gemaakt van de heraldiek, ieders kwartieren weet op te tellen en te blasonneeren. En het aardigste is, dat zij zelve (volgens haar zeggen) geparenteerd is, zij het ook in den twintigsten graad, met alle geslachten en personages die eenig relief hebben gekregen; zelfs kan men geene deftige familie opnoemen, waarmee zij ten minste niet op eenige wijze in relatie is. Zij ergert en verveelt haar „cousin le ministre" met die uitrekeningen. Laatst aan tafel, om er een eind aan te maken, kreeg zij een coup de patte van hem.

„Wel, nicht! gij geeft u waarlijk al te veel moeite, om al die takken en zijtakken op te tellen en na te sporen: dat is met één zet gedaan. Wij stammen allen af van één menschenpaar, als gij ten minste het Bijbelsch verhaal voor waar houdt; gij zijt veel te conservatief om het niet te doen; zoo zijn wij dus allen broeders en zusters, of neven en nichten als gij dat liever wilt."

„Fi donc! zoo Vandaalsch alle stamboomen neer te vellen of tot één enkelen te reduceeren, het was jammer van zoo'n eminent man als „Son Excellence", dat hij zoo ... onverschillig was voor geboorte; jammer dat hij zoo'n democraat was, fluisterde zij mij in, toen wij na de tafel wat flaneerden in de salons, want zij moest hare ergernis lucht geven, en zjj heeft mij en amitié genomen, mij zelfs op zekere punten met haar vertrouwen vereerd.

Tusschen mjjnheer en haar is het guerre ouverte, niet slechts omdat hij haar belachelijk en onuitstaanbaar vindt om hare aanstelling en adeltrots, maar ook omdat hij tegen haar eene per-

Sluiten