is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

By een aanvankeliik lichaamsgewicht van | Van 1800—2200 Van 2200—2580

minder dan 1800 gr. gram. gram.

2e dag 63 gr. melk. 120 gr. melk. 153 gr. melk.

3e „ 127 „ „ 173 „ „ 266 „ „

4e „ 151 „ „ 247 „ „ 229 „ „

5e 200 „ „ 281 „ „ 341 „ „

6e „ 224 „ „ 312 „ „ 365 „ „

7e „ 230 „ „ 347 , „ 390 „ „

8e 263 „ „ 364 „ „ 400 „ „

281 „ „ 393 „ „ 413 „ „

303 „ 403 „ „ 418 „ „

Na den 10en levensdag geve men in de 24 uren eene hoeveelheid melk gelijkstaande met van het lichaamsgewicht.

In den laatsten tijd is het, vooral in navolging van Heubner, veelal gebruikelijk, de hoeveelheid voedsel, die de zuigeling noodig heeft, uit te drukken in caloriën, waarbij men echter niet mag vergeten, dat de vorm, waarin deze caloriën aan het lichaam worden toegevoerd, geenszins onverschillig is. Het is bijv. lang niet hetzelfde, of een kind eene gelijke hoeveelheid caloriën in vrouwenmelk dan wel in koemelk krijgt, terwijl wij bovendien weten, dat de isodynamische verhouding 4.1 : 4.1 : 9.8 voor eiwit, koolhydraten en vet, niet geldt voor het eiwitsparend vermogen dezer stoffen, want in dit opzicht zijn de koolhydraten en zelfs lijm veel meer waard dan gelijke gewichtshoeveelheden vet.

Steeds heeft men gezocht naar een direct verband tusschen de benoodigde hoeveelheid voedsel en het lichaamsgewicht van het kind, doch het is volkomen duidelijk, dat het lichaamsgewicht alléén niet kan dienen als criterium, om de hoeveelheid voedsel vast te stellen. Hierbij moet in de allereerste plaats rekening worden gehouden met den algemeenen voedingstoestand van het kind. Immers, een mager kind heeft meer voedsel noodig dan een ander, jonger in leeftijd doch van gelijk lichaamsgewicht. Niettemin heeft men verschillende waarden aangegeven voor de hoeveelheid voedsel, die de zuigeling per K.G. lichaamsgewicht in de 24 uren noodig heeft, waarbij men