is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeders, Wermboldis de Oversteghe, die zich „in medicinis professor" noemde. Nog bezaten zij een werk van Marsilius de S. Sophia, een soort van commentaar op een boek van Avicenna bevattend1), en eene verhandeling van Isaacus (Israëli), „de diaetis partes III." -) Yan de Utrechtsche Karthuizers bleef, zoover wij weten niets van dien aard bewaard. De St. Pauls abdij bezat Bernardus de Gordonio, „Lilium medicinae", in twee exemplaren, den „Thesaurus pauperum" van Petrus Hispanus en een verzamelband met allerlei geneeskundige verhandelingen.3) 't Kapittel van St. Marie had verschillende werken van Hippocrates met Galenus' commentaren daarop, en de „Ars parva" van Galenus zei ven met den commentaar van Haly (Ali ben Rodhwan); alsook een boek met Aegidius Corboliensis „Versus de pulsibus" en „de urinis," met commentaren van Gilbertus Anglicus, en eindelijk een „Practica medicinae" van zekeren Rogerius.4) Bij de nonnen van St. Margriet te Gouda treilen wij een „Liber de anathomia (!) humani corporis" aan 6), by die van St. Agnes te Maeseyck een manuscript „handelende van de geneeskunst"; in de Librye van de St Walburg te Zutphen de „Constitutiones Avicennae Medici", en een ,,Liber diaetarum", dat misschien gelijk was aan 't bovengenoemde werk van Isaacus Israëli. Een enkel werk, hoogstens een boek twee, drie... ziedaar wat men in zoowat elke boekerij over de geneeskunde vond vóór de drukpers alles verhonderdvoudigde.

Ons rest nog hier aan toe te voegen wat wij weten mede te deelen aangaande de beoefening der fraaie letteren in onze kloosters. Misschien zouden wij de uitkomst van ons onderzoek kunnen samenvatten in deze weinige woorden: men deed er niet aan en beschouwde al zulke uitvloeiselen van kunstzin en fantasie als dingen die uit den booze waren. Geen ridderroman, van welken aard dan ook, troffen wij in onze kloosters aan, nergens een handschrift „van den vos Reynaerde." Mogelijk, dat ook hier 't gebrek aan voldoende gegevens ons wederom parten speelt; misschien dat in sommige conventen, b.v. by de luchthartige nonnekes van Rijnsburg, ook nog wel iets dergelijks te vinden was.... Willen wy echter — de klassieke schrijvers nu daargelaten — toch iets dat naar literatuur zweemt in de kloosters vinden, dan moeten wy ons begeven

')N5. 691. 2j No. 723. 3)No. 684, 683, 695.4) No. 679, 6S3. «) ln de Bijlage,No. 74.

13